Ravensbosch te koop

De Spaanse helft van Ravensbosch werd in 1668, of enkele jaren later verkocht aan Jan of Jean Collard, Maastrichts ondernemer en ouderling in de hervormde gemeente aldaar. Het werd later geerfd door zijn zoon – de eigenaar van de meelmolen (St. Pieterstraat) – de bekende Quirinus Collard. Jan Collard had in Ravensbosch mogelijk een kleine behuizing voor zijn personeel en een schaapsstal 1. Voor zover na te gaan bleef dit deel in de daaropvolgende decennia in bezit van de familie Collard.

1740 nauwkeurige kaart overmaze izaak tirion
Het verdeelde Ravensbosch op de kaart van Isaac Tirion uit 1740. Te zien is dat in de omliggende dorpen kerken aan de hervormden zijn toegewezen en St. Gerlach als katholieke enclave op dat moment in Oostenrijks bezit.

Een eeuw later, nl. om 1767 werd op last van de Verenigde Nederlanden het Staatse gedeelte van de Ravensbos aan de meestbiedende verkocht 2. In het jaar 1769 werd volgens de Gazette van Maastricht de Ravensbos verkocht bij opbod. De advertentie luidde aldus:

De heren gedeputeerden van de edele mogende heren raden van Staten der Verenigde Nederlanden, zullen ten overstaan van de rentmeester van hare hoogmogende domeinen in de drie landen van Overmaas op donderdag 3 aug. 1769, op het landshuis binnen Maastricht ’s morgens om 9 uren publiek voor alle man doen veilen en aan de meestbiedende verkopen: de grond en opstal van ’s lands Ravensbos” gelegen in de lande van Valkenborch” enz.

In 1769 werd een deel van het Ravensbos gekocht door de heer Johan van Dijck, rustend predikant van de Nederlandse Gereformeerde Gemeente en professor in de theologie in Maastricht en door Adrien Louis Pelerin, de laatste luitenant-voogd van het land van Valkenburg en en wel voor de somma van Fl. 44.000. Adrien Louis Pellegrin werd in 1738 in Maastricht geboren als zoon van de eerste hoogleraar geneeskunde in Maastricht Dr. Adrien Pelegrin en Margaretha Benion uit Leiden. Van 1762 tot 1776 was Adrien Louis schepen van Maastricht. Hij huwde in 1765 met Anna Elisabeth Collard. Van Dyck droeg zijn helft over aan de weduwe van Quirin Collard, zodat het hooge Ravensbosch weer helemaal in handen kwam van de familie Collard voor 49.000 Luikse guldens. In 1782 erfde Pelerin het Collard-deel in het Hoge Ravensbos van zijn schoonmoeder Maria Louise Collard-Reinick 3.

In 1776 lieten de Pelerins het landgoed Holswick bouwen. De jongste zoon Henri begeleide de bouw4. De bouw sloot aan op een reeds bestaand gebouw, waar de voormalig eigenaar van het Ravensbos Jan Collard, in 1712 al een kleine behuizing had voor zijn personeel. Holswick werd gebouwd met mergel uit de groeve in het Ravensbos. Adrien Louis betrok de woning. Tegenover de schuurpoort is de volgende spreuk aangebracht, welke volgens de overlevering gemaakt moet zijn door een schaapsherder: Dit huis en hof en den helen Ravensbosch en noch veel meer hoort toe aan deze heer en hi is wel bekent, hi is de Vaeder van het landt, daertoe is hij bekwam en heer Pilgrin is denen naem. Op de sluitsteen: God gaf aan het huis den segen en den heer den dank. A L Pelerin overleed op 5 mei 1804 te Houthem.

Henriëtte Pelerin huwde Edmond Loisel, zoon van Bertrand Loisel en Hubertine Nahuijs. Bertrand Loisel, in de Franse tijd (1809-1810) burgemeester van Valkenburg, was ook bezitter van het kasteel Den Halder en had vanaf 1819 de kruitfabriek ‘Prins Hendrik der Nederlanden’ in Valkenburg. Langs deze weg kwamen Holswick en Ravensbosch in handen van de famille Loisel. Holswick kreeg 1894 een her- en bijbouw van huis en stallingen.

Ravensbosch eerst Frans, dan Nederlands, vervolgens Belgisch en tenslotte weer Nederlands

Op 14 november 1794 werd in het gehele gebied tussen Maas en Rijn door de Fransen bezet. Het gebied werd verdeeld in negen arrondissementen. Het arrondissement rond Maastricht werd het “Departement van de Nedermaas” en ingedeeld in 30 kantons. Het departementale bestuur en de centrale administratie werd te Maastricht gevestigd. De regio behoorde tot kanton Valkenburg. 

In 1800 veranderde de organisatie van het bestuur en werden weer zelfstandige gemeenten ingesteld voor de rest van de Franse tijd. Na de nederlaag van Napoleon in 1813 trokken de Fransen zich uit het Departement van de Nedermaas terug. Maastricht bleef echter tot 5 mei 1814 bezet door de Fransen, voordat het aan de Prins van Oranje werd overgedragen. Het congres van Wenen (september 1814 tot juni 1815) bepaalde de nieuwe grenzen van onze provincies. Ingevolge de grondwet van 1815 werd Limburg als provincie in het Koninkrijk der Nederlanden opgenomen.

Koning Willem I probeerde in de periode 1815-1830 de Nederlanden Noord en Zuid tot een hechte staat te maken, waarin alle inwoners zich thuis konden voelen. Maar zijn bestuur was sterk autocratisch getint met een krachtig centraal gezag. Juist die autocratische houding van de koning viel slecht in Limburg, waar men veel waarde hechtte aan de eigen lokale en regionale gemeenschap. Na de Belgische opstand in 1830 kwam de provincie Limburg onder Belgisch bestuur. Het merendeel van de Limburgse bevolking stond positief tegenover het Belgische bewind in de jaren 1830-1839. Men had meer politieke vrijheid, een gematigde belastingheffing en geen kerkelijke problemen. Op het platteland kon men bovendien betere prijzen voor landbouwprodukten kon bedingen. Maar na de Belgische opstand in 1839 werd Limburg opnieuw ingelijfd bij het Koninkrijk der Nederlanden en dat is (op WO II na) zo tot op de dag van vandaag. Kortom weer veel bestuurlijke veranderingen in korte tijd, maar Ravensbosch bleef waar het was.

Exploitatie van Ravensbosch

De Ravensbosch bij Valkenburg had altijd al een belangrijke rol als het belangrijkste bos binnen de heerlijkheid Valkenburg, en was een belangrijke leverancier van hout voor het garnizoen van Maastricht 5. Zowel voor het brandhout als voor het versterken van de vestingwerken. Ter illustratie:

In 1672 ontvangt de Raad van State bericht van Lambert Riettraet, commissaris van ‘s Lands Magasijn te Maastricht, dat den Collonel ende Comandeur Arskijne vond dat er een voorraad aangelegd moest worden van “Gabions, Horden, fasines ende aert of schietmandekens” waarop de commissaris opdracht had gegeven tot het vervaardigen van “hondert gabions, oock soo veel horden ende twee duijsent fasines ende zulx op den Ravensbosch soo haest het tegenwoordigh kout saijsoen ‘t selve sal permitteren, ende men inde aerde sal connen komen. Ende de voorschreve aerd ofte schietmandekens tot 1000 stukx te laten prepareren”.6

Brandhout voor het garnizoen werd in de vorm van schansen (takkenbossen) in grote hoeveelheden geproduceerd. In 1723 maakte Lambert Frissen in de Ravensbos 4124 schansen, Lambert Weusten en Adolf Tommassen 1775 schansen, Lambert Weusten en Jacobus Bastiaans 625 schansen.

De houtverkoop aan derden werd nauwkeurig geregistreerd door de rentmeester van de staatsdomeinen; hieronder een pagina uit diens register van verkocht slaghout uit ’s lands Ravensbosch in 1741.

1741 ev verkocht slaghout ravensbosch

Hoeveel waarde aan het hout uit dit domein werd gehecht blijkt onder meer eruit dat de hoofdingenieur van het garnizoen in Maastricht in 1750 bomen (eik, essen, veldiep) kocht om in het bos te planten, in de nasleep van de herbezetting van Maastricht door Nederlandse troepen. Hij had bovendien een rol in de vaststelling van nieuwe voorschriften voor het beheer van het bos in 1765 en inspraak in de benoeming van nieuwe boswachters 7

Zoals beschreven werd Ravensbosch een paar jaar later verkocht aan particulieren. Ook voor hen was de houtproductie en -verkoop een bron van inkomsten. De staat bleef aan de andere kant geld innen wanneer delen van het bos werden ontgonnen, zoals blijkt uit het grootboek van de rentmeester over 1778. A.L. Pelerin bracht toen elf bunder van het bos in cultuur waarvoor hij betaalde.

1777 betaling ontginning rb door a l pelerin

Voornoemde Mr. Pelerin beklaagde zich in 1793 over de Franse bezetters, die hem of liever zijn bos wel wisten te vinden en te exploiteren. Hij diende hierover een klacht in bij de Schepenen. Vier particuliere Valkenburgse bakkers hadden schansen gebruikt die uit de Ravensbos gewonnen waren tot het bakken van brood voor de Franse troepen. De namen van vier Valkenburgers luidden: S. P. Ubags, F. Henssels, L. Janssen en J. Ubags. Pelerin verzocht dat 4 genoemden hem de schansen zouden betalen 8

Loisel, vanaf 1818 eigenaar, verkocht in 1819 gelijk al een flinke hoeveelheid eikenhout. Bertrand strierf in 1822.

1819 verkoop bomen loisel
Mergelgroeven Ravensbosch

Voor de bouw van Holswyck benutte de familie Pelerin mergelblokken uit een van de groeven in de helling van Ravensbosch. De groeven waren waarschijnlijk al langere tijd in gebruik, mogelijk zelfs al in de Romeinse tijd. De romeinse villa’s bij Ravensbosch hadden immers kelders en funderingen van mergelblokken. In de helling bevinden zich drie groeven tegenwoordig geregistreerd als Ravensboschgroeve I, II en III (ook wel Coriovallum genoemd)9Buiten het gebied van Geulhem en Meerssen komen verder nergens groeven voor in dit deel van de Kalksteen van Meerssen 10. Op een kadastrale situatie schets van het Ravensbosch uit 1768 werd de groeve in de Calenberg boven Ravensbosch beschreven als volgt:

image

“Waar onder in gaat den mergelberg alwaar mergelstenen worden uitgevaren welke tot Metzelwerk gebruykt worden.”

<< Ontleend aan SOK-info juni 1993

ravensboschgroeve pg

Het gaat naar verluidt om minder grote groeven. De familie Loisel liet de groeven een tijd lang exploiteren, maar de gemeente gaf haar hiervoor waarschijnlijk rond 1860 geen toestemming meer, omdat de groeve niet veilig genoeg was vanwege instortingen in de voorafgaande tientallen jaren 11.

Het landgoed met de hoeve Holswick kwam in het bezit van jonkheer Christiaan Rendorp, kantonrechter in Gulpen en Maastricht. In 1894 vonden er her- en bijbouw van huis en stallingen plaats aan de Holswick. Hij was gehuwd in 1871 met A. Loisel en hertrouwde in 1903 met Frederike Louise Adrienne Pelegrin. 

familie marchant et d'ansembourg 1910?

In 1917 verkocht Rendorp Holswick met 150 ha. bos en akkers aan graaf Arthur de Marchant et d’Ansembourg voor Fl. 250.000. Een jaar na zijn overlijden in 1925, erfde graaf Leopold de Marchant et d’Ansembourg dit van zijn oom. Hij was gehuwd met Maria Therese baronesse Bouselager. Van 1930 tot 1937 bewoonden zij huize Holswick. Daarna betrokken zij aan de rand van het bos een nieuwe woning. Graaf Leopold overleed op 9 november 1981 12.

<< de familie Marchant et d’Ansembourg – Leopold vooraan 2e van links

Eind 1926 werden Ravensbosch-groeven A en B, toen toebehorend aan graaf L. de Marchant en d’Ansembourg, nogmaals onderzocht en gesloten. De groeven worden tegenwoordig alleen voor vleermuisonderzoek nog af en toe bezocht 13.

  1. Philippens, H.J.J., Houthem en St. Gerlach. Houthems verleden. eigen beheer; druk: Eijdems, 1983 p. 94
  2. Historisch Centrum Limburg Maastricht 01.075 Landen van Overmaas, 1411-1795 no 6570 Akten van verkoop, met staat van voorwaarden van gedeelten van het Ravensbosch en van hout uit dit bos, ten overstaan van de rentmeester der domeinen en der schepenen van Houthem, met deputatie der schepenen daartoe, 1663, 1763-1768
  3. Philippens, H.J.J., Houthem en St. Gerlach. Houthems verleden. eigen beheer; druk: Eijdems, 1983 p. 94-96
  4. RHCL 16.1139 Stukken van particulieren, afkomstig uit de oud-rechtelijke archieven van Maastricht, 16e-18e eeuw. no 144 Pelerin, H -: Register van uitgaven voor de bouw van een huis in het Ravensbosch volgens de latere beschrijving op den rug van de band door H. Pelerin onder Valkenburg, 1775
  5. Govaerts, S. W. E. (2019). Mosasaurs: Interactions between armies and ecosystems in the Meuse Region, 1250-1850, Thesis, Universiteit van Amsterdam, p 58
  6. Collectie Rijksarchief, 1574 – 1817; 178 Resoluties Raad van State, met index, 1672 Volgnummer 161
  7. Govaerts, S. W. E. (2019). Mosasaurs: Interactions between armies and ecosystems in the Meuse Region, 1250-1850. Thesis, Universiteit van Amsterdam, p 59.
  8. Welters, A. Ravensbos. In: Uit Valkenburgs Verleden. Valkenburg 1968, p 50-54
  9. Blankevoort, C. 1927; Onderaardsche of overdekte steengroeven in de provincie Limburg. Nat. Hist. Maandblad, No 6, 16e jaarg. blz. 83-84 en No 9, blz. 136-137.
  10. Stevenhagen, E.E.F. (1999), De ondergrondse kalksteenwinning in Zuid-Limburg. Historisch Geografisch Tijdschrift 17, pp. 37-48.
  11. Historisch Centrum Limburg 04.01 Provinciaal bestuur van Limburg 1814-1926, 8539-8563 Stukken betreffende de ontginning van mergelgroeven, no 8550 Coriovallum of Ravensbosschergroeve, onder Houthem, door P. Loisel 1863
  12. Philippens, H.J.J., Houthem en St. Gerlach. Houthems verleden. eigen beheer; druk: Eijdems, 1983, p 95.
  13. La Haye, M., 2020. Keuringen mergelgroeves in Zuid-Limburg in 2019. Rapport 2019.28. Zoogdiervereniging, Nijmegen.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven