De Tachtigjarige Oorlog
Nederland was rond 1550 onderdeel van het Spaanse of Habsburgse Rijk, dat in die tijd werd bestuurd door de Spaanse koning Filips II. De gewesten stonden onder het gezag van een landvoogd, die er een streng bewind voerde en met name tegen de religieuze hervormingen door de protestanten optrad. Smeekbeden van die kant hadden geen resultaat en als reactie op de onderdrukking bestormden protestantse groepen in 1566 overal katholieke gebouwen en richtten vernielingen aan: de Beeldenstorm. Filips II stuurde de hertog van Alva naar de Nederlanden, om de rust terug te brengen en het katholicisme op te leggen als staatsgodsdienst. Daarmee was het conflict een feit. De Nederlanders probeerden zich onder leiding van Willem van Oranje te bevrijden van het spaanse juk. De Tachtigjarige Oorlog duurde van 1568 tot 1648, met een tussenliggend bestand van 12 jaar tussen 1609 en 1621. Maastricht werd opnieuw een belangrijk doelwit.
De spanjaarden, die een groot garnizoen hadden in Maastricht, voorzagen dat de Oranjes ook daar de macht wilden grijpen. In 1572 begonnen ze de stad te versterken waarbij de benodigde schansen voor de verdediging van de stad in Ravensbosch werden gehaald. Dit blijkt uit de bewaard gebleven rekeningen van de Brabantse Rekenkamer over het jaar 1571-1572. In juni 1572 werd aan Johan Haegen en zijn medearbeiders een bedrag betaald van 22 pond, 6 stuiver en 3 deniers voor acht dagen werk in het Ravensbos 1
De mannen, vermoedelijk inwoners van Houthem ol Schimmert, kregen de opdracht om hout te kappen en dit tot aan de berijdbare weg te dragen. Van dat hout moesten ongeveer 200 schanskorven worden gemaakt, die aan de gouverneur moesten worden gegeven voor de versterking van de vesting van Maastricht.
<< Adriaen Collaert – November – bron: The Metropolitan Museum of Art

In 1574 overvielen de troepen van graaf Lodewijk van Nassau onverhoeds Overmaze en bezetten het. Sommige plaatsen, zoals Heerlen, Elsloo en Geulle, wisten een plundering af te kopen . De abdijen van Kloosterrade, Val-Dieu en Sint-Gerlach werden echter in brand gestoken en verwoest. Nabij het kasteel Valkenburg lagen negen vendels Duitschers Van Lodewijks troepen en twee honderd arkebusiers te paard. De molenaar van Valkenburg werd beroofd “door het krijgsvolk van beide partijen van zijn paarden, meubelen, hoenderen, kleren en etenswaar”. Dit gebeurde zowel in februari-maart als in mei 1574 2.3 4
De bevolking klaagde ook regelmatig over soldaten die brandhout uit bossen in de buurt van hun garnizoen haalden 5. Het leveren van brandstof aan garnizoenleden, was de verantwoordelijkheid van de inwoners in wiens huizen ze werden ondergebracht, of van de schepenbank. Daarnaast waren aanzienlijke hoeveelheden hout nodig voor het onderhoud of de uitbreiding van vestingwerken en militair materiaal, met name kanonplaatsen. De Ravensbosch, oorspronkelijk het belangrijkste bos binnen de heerlijkheid Valkenburg was een belangrijke leverancier van hout voor het garnizoen van Maastricht.

Na het staatsbankroet van het Spaanse Rijk in 1575, konden de troepen in de Habsburgse Nederlanden niet of nauwelijks worden betaald. In Maastricht (en Antwerpen) leidde dat in 1576 tot een muiterij van de spaanse troepen, de Spaanse Furie, eindigend in een bloedbad en de plundering van de stad 6.
<< Spaanse furie Maastricht – gravure Hogenberg
De Spaanse furie beperkte zich niet tot Maastricht: Spaanse soldaten trokken muitend rond in het land. Zonder discretie stalen ze in februari 1575 in Heerlen graan van de domeinen. De landen van Overmaze waren nog steeds in bezit van de Spanjaarden en die dwongen de lokale bestuurders om stortingen te doen in hun oorlogskas. Zowel in 1571 als 1575 moest het land van Valkenburg 25.000 gulden ophoesten en in 1576 de de vier landen van Overmaze een bede van f 56.000 7.
In 1577 werd in een verdrag bepaald dat Spanje alle troepen zou terugtrekken uit de Nederlanden. De Spanjaarden verlieten dat jaar inderdaad de stad. Een jaar later trad de stad toe tot de Pacificatie van Gent en verklaarde zich daarmee openlijk voor de Staten-Generaal van de Nederlanden. Een aanval op de stad werd daarna elk moment verwacht. De spaanse troepen keerden in het voorjaar van 1579 inderdaad terug om Maastricht te heroveren. De stad hield vier maanden stand, maar uiteindelijk was de Spaanse troepenmacht van 18.000 man te sterk. Maastricht bleef tot 1632 in Spaanse handen 8
Door het beleg van Maastricht, ‘heercracht’ was ook het leven in de omgeving ontwricht. Het land kon niet worden bewerkt en molens lagen stil. Pacht kon dus ook niet worden geind en daarom in 1579 kwijtschelding verleend aan pachters “onder Neerbeek en Geleen, land onder Meerssen, land onder Beek, de weglanden onder Meerssen, de tiend van Geleen, de molen van Valkenburg, land onder Haasdal, beemden onder Haren, weiland onder Strabach” De kwijtscheldingen bedroegen in totaal 1.138 gulden. In 1581 krijgen pachters een korting van een derde om ze te motiveren het land weer te gaan bebouwen 9.
De voortdurende belegeringen en schermutselingen deden een zwaar beroep op de bevolking die de troepen onderdak en voedsel moest bieden. “Dat het prinselijk leger, versterkt door Zweedsch volk, in September 1633, wezende alsdan den principalen zaaitijd , is komen liggen op deze zijde van de Maas te Eysden; welk leger geheel ‘ t land van Valkenburg zoo doorloopen en geplundert heeft, dat een groot deel der inwoners gevlucht zijn , waardoor vele landerijen zijn blijven liggen vogelweide (onbebouwd), en die bebouwd zijn geworden daarvan is luttel profijt gekomen, omdat ze te ontijde bezaaid zijn geworden.”
“Niettegenstaande dat het land zich was bevindende in eenen erbarmelijken staat, zoo is, in Augusto 1634, de graaf Jan Van Nassou , omtrent vier weken lang met 36 kompagnieën paarden (koningsvolk) komen liggen te Valkenburg, St. Gerlach , Houthem, Bergh en omliggende dorpen, dewelke alle vruchten daaromtrent gewassen hebben uitgedorschen en verbruikt” 10

In de zomer van 1632 omsingelden de troepen van de Oranjes onder leiding van Frederik Hendrik de stad en na enkel maanden werd die ingenomen. Met de bezetting van Maastricht beschouwden de ‘staatsen’ ook de omliggende regio als hun domein. Het jaar na de verovering lieten ze een plakaat verspreiden inhoudend dat “de inwoners dezer landen niet meer gehouden waren te vieren eenige ander feesdagen als bij die van de gereformeerde religie worden geviert ende geobserveert” 11. Ook de spanjaarden bleven echter aanspraak maken op dit gebied. Dat leidde voortdurend tot schermutselingen. Na 1632 werd Valkenburg vijf keer heroverd door beurtelings Spaanse en Nederlandse troepen 12. Ook het platteland van Overmaze werd in 1635 weer heroverd door de Spaanjaarden. Formeel eindigde de tachtigjarige oorlog in 1648 met de Vrede van Munster. De Nederlanden benoemde overal nieuwe bestuurders die hen gezind waren, spaanse ambtenaren werden vervolgd. Maar de onenigheid bleef.
Land van Valkenburg noch Staats – noch Spaans
Beide mogendheden behandelden de bewoners als hun onderdanen. Deze werden door beiden uitgeplunderd en uitgezogen, gekweld en vervolgd op allerlei manieren. Ter illustratie enkele beschrijvingen van de onmogelijke situatie voor de bevolking:
“Onaangezien de bovenmatige sommen welke in 1635 uitbetaald waren geworden voor de placquilles of inlegeringen, en onverminderd de lasten voortspruitende uit het onderhoud van 24 kompagniën infanterie en 4 kompagniën cavalerie, destijds in de landen van Overmase gekantonneerd, waren deze landen ook nog gehouden ten volle te betalen de bede van 75,000 gulden, over de jaren begonnen 1° November 1635 en 1636.”
» > Wij Schepenen der hoofdbank van Beek attesteeren bij deze, dat, op den 23 September 1636, tot Beek is gekomen Willem Steijns, geassocieerd met zeker getal soldaten van Stevensweert, aandragende, dat de Gouverneur aldaar, van deze hoofdbank zekere recognitie eischende. Hebben deze soldaten alstoen verteerd achttien vanen bier, die door ons Schepenen, ten huize van Willem Haemers, betaald zyn geworden. Daarby niet genoeg, zoo zyn deze soldaten in de huizen gegaan en hebben de bewoners doen geven eten en drinken. En daarby nog niet te vreden zynde, zoo zyn ze, op Woensdag den 5 October, wederom alhier tot Beek ingevallen met meer dan honderd soldaten en hebben huizen en personen geinvadeert, geactionneert ende gemaltraiteert”. Volgt eene lange lijst van ingezetenen die van hun klederen, beddegoed, schapen, zwijnen, kippen enz . beroofd waren geworden. Willem Haemers verklaart “dat men hem dry verckens heeft genomen »en nog twee andere te schanden geschoten, sess schapen, het vleis van eene geheele koije, alle syne honders, syne kleder geransonneert, gelt genomen , twe mandelen kasen, vele boter ende eenich livet (lijnwaad) genomen.” 13

Beide mogendheden procedeerden telkens weer met “retorsieen (represailles), spannen en wegvoeringen van paarden en vee”. De lokale schepenen drongen keer op keer aan op een bemiddeling via een zogenoemde Chambre mi partie 14 15.
>>Verthoonen seer oitmoedelyck die ingesetenen van die hooftbancken van Merssen , Beeck en van den dorp van Haesdael gelegen in den lande van Valckenborch Overmaze, hoe dat aen den ingezetenen van Merssen in voortijden over lange jaeren, bij die Hertogen van Brabant ende Graven van Valckenborch zijn uitgegeven (… ) aen de ingezetenen van Haesdael seeckere quantiteyt van bunderen, heyde geweest synde, voor drij hondert ende acht en twintich vaeten haeveren Trichter maet ende vier en sestich cappuynen jaerlyckx welcke volgende, die voorschreven supplianten hunne voorschreve pachten aen den Rentmeijster van den Coninck van Spangnien tot Valckenborch residerende allen tijt hebben betaelt, totten jaere 1632 , als wanneer die Stadt Maestricht is worden gereduceert onder de obedientie van Haere Hoog Moogende . Emmers sedert dezen tijt oft corts daer naer, soo ist dat den Rentmeijster oft ontfanger der domeynen van Haere Hoog Moog int quartier van Valckenburch hem heeft vervoordert gehadt die supplianten van gelycken te doen betaelen alsulcke coren, haveren ende pachten als sy aen den Rentmeijster der domeinen van den Coninck waeren betaelende, ende alsoo aen die supplianten onmogelyck is dieselve pachten aen die twee syden ten vollen te betaelen, ofte soo verre men hen daertoe hadde willen dwingen.” Van de pachters in Meerssen, Beek en Haasdal werd geeist dat zij de Spanjaarden en Nederlander evenveel pacht betalen of hun goed opgeven. “Soo souden sy die voorschreven erven ende goederen moeten verlaten, ende voor vogelwey abandonneren” Omdat dat een onmogelijke eis is vragen de pachters of zij met de helft (hellicht) mogen volstaan: “Nemen daeromme die supplianten hunne toevlucht tot Haere Hoog Moog. oetmoedelyck biddende aen den voorschreven ontfanger Rietraedt t’ordoneren dat hy die supplianten voor die jaeren pachten gevallen 1638, 1639 , 40 , 41 ende andere jaeren duerende de retorsie te vallen, sal laeten volstaen mits by hem betaelende die hellicht van hunne pachten soo ende gelyck sy dieselve syn betaelende aen den Ontfanger van den Coninck ‘ t welck doende.” 16
Na langdurige aandrang komt in 1658 een provisorisch verdrag tot stand. Echter, beide landen eisten – om en om – de rechten op op de in de regio bestaande lenen. Uiteindelijk, na tientallen jaren getouwtrek, komt het in 1662 tot een schikking in de vorm van het zogenoemde Partage-tractaat.

De partage
Ook Ravensbosch werd door beide mogendheden betwist. Uit rekeningen van de rentmeester der domeinen in de landen van Overmaze blijkt dat de spaanse heren tussen 1607 en 1650 nog regelmatig bomen lieten kappen in Ravensbosch. Aan de andere kant maakten ook de staten van de Nederlanden er gebruik van: “Tot gemak dezer garnizoenen moest dit land eene brug bouwen over de Geul te Hartelstein, hetwelk de Staten gaarne wilden doen, als zij maar het noodige bouwhout daartoe hadden. Weshalve zij door den Raad van Financiën, bij resolutie van 2 Februari 1627, gemachtigd werden om dit bouwhout in de domaniale bosschen te doen kappen.”17
Het belang van Ravensbosch blijkt ook uit het feit dat beide partijen het in 1661 nog niet eens waren over de precieze verdeling:
“Ende voor so veel uyt de voorsz Landen ende Partagen blyven onverdeelt (….) den gront ende den opstal van het Ravens-bosch in het Landt van Valkenburgh gelegen, met twee derdeparten of daer ontrent onder de Bancke van Meerssen, ende met een derdepart of daer ontrent onder het Dorp Schummert. (….) Ende aengaende het voorsgenoemd Ravensbosch, dat, blivende de souverainiteijt van gronden onder de banck ende het dorp hiervooren gespecificeert, eerst den opstall van dien ende daerna oock den grondt selve bij bequame parthijen sal worden te coop gestelt ende ter behoorlicker tijt onder redelijcke conditien vercocht, ten proffijte van hoochstgemelten Heere Coninck ende van meer hoochgemelte Heeren Staten Generael, Halff ende halff, […], mede sal blijven in soodanigen vollen eijgendom, superioriteijt ende souverainiteijt aen den hoochstgedachten Heer Coninck, gelijck van alle de parthijen hierboven gespecificeert, is gestipuleert geworden”18
Hoewel de Souvereiniteit van grond dus zou blijven onder de banken Houthem en Schimmert, maar de opstal, dat wil zeggen het houtgewas en daarna de landerijen bij bekwame perceelen verkocht zouden worden ten voordeele van beide partijen, ieder voor de helft. In 1663 omvatte het bosgebied nog 264 bunder. In dat jaar werd het verdeeld tussen de Staten-Generaal (129 bunder) en Spanje (135 bunder). Deel A, gelegen van Raar naar St. Gerlach, kwam aan de Republiek der Verenigde Nederlanden en deel B, uitstrekkend naar Arensgenhout, het beste deel, kwam aan de koning van Spanje. De soevereiniteit van dit Ravensbos kwam in 1668 opnieuw in het geding op de conferentie van Aken, waar een nadere verdeling werd toegepast. Het gehele bos werd op 7 augustus opgemeten en verdeeld. De Staten-Generaal besloten de aan hen toegevallen 129 bunder te ‘conserveren’. De Spaanse koning liet het gedeelte dat hem was toegewezen, rooien. De opbrengst van dit deel was f1. 25.000-.19

Enkele jaren later ging het Spaanse bezit over naar Oostenrijk. De verdeling uit het partageverdrag tot de verovering van de regio door de Franse Republiek in 1795. Dat wil niet zeggen dat de bevolking gevrijwaard bleef van oorlogsgeweld. In 1673 veroverden Franse troepen Maastricht en de regio en bleven tot 1678 20. Nog geen vijf jaar later was het opnieuw mis. In 1688 was er de negenjarige oorlog tussen Frankrijk en een alliantie van onder meer Engeland, Nederland, Oostenrijk en Spanje(!), waarbij in 1694 een zogenoemde vrijwaring (Sauvegarde) werd afgesproken voor het Land van Valkenburg. Tussen 1740 en 1748 voltrok zich de Oostenrijkse successieoorlog met een belegering en inname Maastricht in 1748. Van 1756 tot 1763 was het weer raak: de zevenjarige oorlog en in 1795 trokken de Franssen binnen wat her en der met plakkaten werd onderstreept: “Vous etes Français”. De regio werd een deel van het Franse Departement Mose Inferieur met Maastricht als hoofdstad.
“
- Willems, L. Het Ravensbos en zijn verleden. In: Natuurgids 1994-8, p 214.
- Lodewijk van Nassau (1538-1574). (2025, maart 2). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald februari 2026 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Lodewijk_van_Nassau_(1538-1574)&oldid=68975723. Habets Gerlach 108
- Kapelhof A.C.M. (1975) Het domein van de heren van Valkenburg. Aantekeningen uit de domeinrekeningen 1395 – 1663 berustend in het archief van de Brabantse Rekenkamer in het Algemeen Rijksarchief in Brussel. Notities 1975-1976. Opgehaald januari 2026 van Academia.edu
- Habets, J. (1869). Houthem-St. Gerlach en het adellijk vrouwenstift aldaar in Publ. de la soc. hist. et arch. dans le duché de Limbourg VI (1869)
- Govaerts, S. W. E. (2019). Mosasaurs: Interactions between armies and ecosystems in the Meuse Region, 1250-1850, Thesis, Universiteit van Amsterdam, p 58
- Spaanse Furie (Maastricht). (2024, augustus 24). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald februari 2026 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Spaanse_Furie_(Maastricht)&oldid=68011467.
- Kapelhof, noot 3. t.a.p.
- Beleg van Maastricht (1579). (2025, december 31). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald februari 2026 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Beleg_van_Maastricht_(1579)&oldid=70430334.
- Kapelhof, noot 3, t.a.p.
- Slanghen, E. Een blik op Valkenburg en andere landen van Overmaas, aanteekeningen getrokken uit het archief der Staten van Valkenburg (1621–1663) Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Duché de Limbourg. XV (1878) 343-540; p 394, 395
- A. J. A. Flament. (1913). Korte inhoud van de resolutiën der Staten- Generaal der vereenigde Nederlanden , gezonden aan de Commissarissen- Instructeurs van Brabantsche zijde te Maastricht, Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg à Maestricht. Nouvelle série, Tome xxix, 1-159
- Silvertant, Jacquo (2014) Valckenborgh. Geschiedenis en archeologie van de middeleeuwse vesting. Uitgave Silvertant Erfgoedprojecten, Gulpen
- Slanghen, noot 10, p 424
- Pelerin, A.L. Beschrijvinge van het Staatsland van Overmaze in ’t generaal en van het Land van Valkenburg in ’t bijzonder met betrekkng tot deszelfs regering en politique toestand. Annales de la societe hisorique e archeologique a Maestricht, Tome 1, 1854-1855, 7-86
- Slanghen, noot 10
- Slanghen, noot 10, p 449-450
- Slanghen, noot 10, p 374
- De Wit, J. J. & A. J. A. Flament. De Vorming der Heerschappijen op het grondgebied in Limburg of die zich daarover hebben uitgestrekt, van de Romeinsche overheersching tot 1814-1817 (ontstaan der provincie Limburg), Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg à Maestricht. Nouvelle série. Tome xxvii, 1911, p 82
- Jansen, J.C.G.M, en W. van de Westeringh, 1983. Dat ging over zijn hout; overmatig gebruik van bossen in het zuiden van Limburg van de Hoge Middeleeuwen tot in de 20e eeuw. Jaarboek van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg. Deel XXVIII: 19-63.
- Kees Schaapveld (oktober 2020). (Zuid-) Limburg tussen Oost en West. Lezing Maand van de geschiedenis 2020. Ingezien op: https://www.youtube.com/watch?v=TP8o7UzB9QM