In het bericht ‘Het Ravensbosch van de proost naar de voogd’ is uit de doeken gedaan hoe er veelvuldig gekibbeld is over de zeggenschap over Ravensbosch. Niet alleen het bosgebied, maar de hele regio was veelvuldig een omstreden domein. In de tiende eeuw trokken de Vikingen plunderend rond. Vanuit hun versterking bij Elsloo ondernamen ze plundertochten waarbij kloosters en steden werden leeggeroofd en vernield 1
Zeggenschap over het domein Valkenburg
Wie de zeggenschap over Valkenburg bezat, bezat ook die ook over het domein Ravensbosch. Die zeggenschap wisselde nogal eens en daarmee ook de partij waarvan Valkenburg deel uitmaakte. Het kasteel van Valkenburg werd regelmatig belegerd en verwoest in 1122, 1214, 1329 en 1672, terwijl het ook werd belegerd, maar niet ingenomen, in 1288, 1327 en 1465 2.
In de tweede helft van de 13e eeuw ontstond een heftige strijd rond de heerschappij over het hertog Limburg na de onverwachte dood in 1279 van hertog Walram IV van Limburg 3. Die speelde zich weliswaar niet af in de regio, maar had daarvoor wel gevolgen. Na het overlijden van hertogin Irmgard van Limburg in 1283 maakten zowel hertog Jan I van Brabant als graaf Reinoud I van Gelre (1255-1326) aanspraak op het hertogdom Limburg. De graaf van Gelre stelde dat hij, als echtgenoot van de hertogin, het erfrecht op het hertogdom had. De familie van Irmgard en verkocht het recht aan de hertog van Brabant. Zo kwamen de hertog van Brabant en de graaf van Gelre tegenover elkaar te staan in een strijd die bekend is komen te staan als de Limburgse Successieoorlog. De vijandigheden monden uit in de slag bij Woeringen (boven Bonn in Duitsland). Beide partijen sloten bondgenootschappen en uiteindelijk stonden in Woeringen bijna 10.000 strijders tegenover elkaar (een ongekend aantal in die tijd – 1288). Beide partijen waren aan elkaar gewaagd. De bronnen vermelden zo’n 2300 ridders te paard aan Brabantse zijde en zo’n 2800 aan geallieerde zijde. Het voetvolk wordt aan Brabantse zijde op 2500 man geschat, aan geallieerde kant waren dat er naar schatting 1400.

Door een aantal misrekeningen verloor de Gelderse alliantie de strijd die een groot aantal slachtoffers eiste. Walram I van Valkenburg die meevocht aan Gelderse zijde wist te ontkomen. Hij tekende een jaar later alsnog de vrede met de Hertog van Brabant en die handhaafde hem als leenheer van het Land van Valkenburg.
<< Afbeelding uit de Codex Manesse van de slag. Hertog Jan van Brabant stormt vooruit.
Walrams zoon Reinald raakte enkele jaren in financiële nood. Die werd uiteindelijk zo groot dat hij zich als roofridder ging gedragen en kooplieden die zijn territorium passeerden beroofde. Dit zinde zowel de bisschop van Luik en als de hertog van Brabant niet. Terwijl Reinald zich in 1329 in zijn burcht in Monschau bevond. Hertog Jan III van Brabant belegerde intussen de vesting Valkenburg die werd verdedigd door Walram II, Reinouds zoon. Walram sneuvelde en na de inname werden het kasteel en de verdedigingswerken afgebroken. De vestingwerken werden weer opgebouwd waarbij een belangrijk deel van het hout kwam uit Ravensbosch 4. Vanaf 1381 kwam Valkenburg definitief in bezit van de hertogen van Brabant. die zich voortaan ook graven van Valkenburg noemden.
Het Land van Valkenburg werd namens de Brabantse hertogen bestuurd door drossaards (baljuws), bijgestaan door de Staten van Valkenburg (vertegenwoordigers van de ridderschap, de geestelijkheid en de hoofdbanken Meerssen, Beek, Klimmen en Heerlen). Van 1406 – 1540 – bijna anderhalve eeuw – waren de heren van Wittem drossaard5.
Na de belegering door Jan III werd de stad Valkenburg vanaf ongeveer 1330 ommuurd >>

Onder keizer Karel V werd het stadhouderschap ingevoerd. De stadhouder was ook drossaard in Valkenburg. Edelen voornamelijk van buiten de regio vervulden deze positie. Ook de staat der Nederlanden benoemde tussen 1632 en 1672 drossaards in Valkenburg, waarvan Willem van Till de eerste was.
Maastricht als vestingstad en poort naar Overmaze
Voor alle machthebbers was zeggenschap over Maastricht van cruciale betekenis. Daar was immers een goede maasovergang en die was onmisbaar voor het transport van goederen en legers tussen Brabant en de landen van Overmaze. Al sinds de vroege middeleeuwen waren de burgers van Maastricht verdeeld in twee familiae behrende bij twee parochies “die van Lambertus” en “die van Servaas”. Daarop stoelde de tweeherigheid van Maastricht, gezamenlijk bestuurd door de prins-bisschop van Luik en de hertog van Brabant. Beide heren kwamen nogal eens in conflict met elkaar. In 1430 kregen de Bourgondische hertogen de rechten van de Brabantse hertogen, vanaf 1482 de Habsburgers. In 1555 erfde Filips II van Spanje de titel ‘hertog van Brabant’ en was daarmee tevens mede-heer van Maastricht.
De stad werd herhaaldelijk belegerd 67 Net na 1400 als gevolg van de autoritaire politiek van Jan van Beieren, opvolger van Arnold van Horne als prins-bisschop van Luik. Met zijn optreden stiet de jonge prins-bisschop de Luikse adel en burgers al snel voor het hoofd. Een ogenschijnlijk onbeduidende gebeurtenis – de veroordeling van enkele inwoners van Seraing voor het kappen van hout in een bos van de prins-bisschop – leidde in 1403 tot een volksopstand onder leiding van radicale Luikenaren, de zogenaamde Hait-droits. Jan van Beieren ontvluchtte Luik en vond in Maastricht onderdak bij de ridders van de Duitse Orde. Op 24 november 1407 sloegen burgermilities uit Luik, Hoei, Dinant en Hasselt het beleg om Maastricht. Volgens sommige bronnen had de belegeringsmacht een omvang van meer dan 100.000 man met veel artillerie die een ware bommenregen op de stad deed neerkomen en grote schade aanrichtte, maar desondanks weinig slachtoffers maakte. Vanwege de strenge winter met hevige sneeuwval moesten de Luikenaren het beleg op 7 januari 1408 opbreken en trokken ze zich over de bevroren Maas terug. Jan van Beieren sloeg keihard terug en met behulp van de Maastrichtenaren strafte hij onder andere de plaatsen Tongeren, Bilzen, Herderen en Wonk af. Laatstgenoemd dorp werd op 23 maart geheel uitgemoord en platgebrand, waarbij de Maastrichtenaren volgens de overlevering ook de kerk met daarin gevluchte dorpelingen in brand zouden hebben gestoken. Het is maar een enkel voorbeeld van de ongekend gruwelijke manier waarop mensen in die eeuwen slachtoffer konden worden van vijandelijkheden.
Overmaze als deel van Bourgondie
Vanaf 1430 werden Brabant en de landen van Overmaze deel van het Bourgondische rijk onder Filips de Goede – opgevolgd door Karel de Stoute (1452).
In 1465 kreeg Valkenburg te maken met een belegering door Luikenaren. De aanleiding daarvoor was een conflict over de benoeming van een nieuwe prins-bisschop in Luik na het terugtreden van Jan van Heinsberg in 1455 8. Het conflict vond zijn oorsprong in de benoeming van de 17 jarige Lodewijk van Bourbon als bisschop door Philips de Goede, heer van Bourgondie waartoe Valkenburg behoorde. Zijn lichtzinnig en onervaren optreden en het feit dat Luik vijandig stond tegenover Bourgondië leidden ertoe dat de Les vrais Liègeois zich gingen verzetten tegen zijn benoeming. Het geruzie leidde uiteindelijk tot een poging van de Luikenaren om ene Marcus van Baden op de bisschopszetel te krijgen. De bourgondiers lieten dit niet over hun kant gaan, maar voordat zij in actie konden komen trokken troepen van de Luikse gilden onder leiding van de wijngaardeniers de landen van Overmaze binnen. De Luikenaren trokken alles plunderend eerst op naar Herve, daarna naar Daelhem en toen via Voeren in de richting van Valkenburg. De drossaard van Valkenburg Dirk van Pallandt wist al enige tijd wat er speelde op het moment dat de Luikenaren in aantocht waren. Naast het verscherpen van de bewaking had hij maatregelen genomen op de burcht en in de stad om niet voor verassingen te komen staan bij een eventuele belegering .

Stadsmuren, torens en poorten had hij laten versterken. Buiten de stadsmuur was nog een bolwerk gebouwd waarvoor hout werd gehaald uit Geritsdale busken en Ravensbosch 9. De Luikenaren hebben uiteindelijk slechts twee dagen en één nacht voor Valkenburg gelegen, konden de burcht niet innemen en bliezen toen de aftocht.
<< Kasteel en stad Valkenburg 1438
Plunderende legers en benden
In 1474 op den avond van Ste-Maria-Magdalena ( 20 Julij ) kwam Karel de stoute, die onderweg was naar het beleg van Neuss, te Maastricht en trof zijn troepen. De dag erna steeg hij af bij de adellijke nonnen van St- Gerlach en hield te Houthem ene algemene inspectie van de troepen. “So quam (hertog Karel), mit allen synen herre inde herwaghen te liggen achter Hazdel (Haasdal), boven Meerssen bij Roder (Raar), off aen der Nonnenbussche bij St. Gerlach; inde daer dede hy menighe schoen teynt off pavilloen op sloen ende syn perck of logys maken” 10. De kroniek van Treckpoel (1442-..) uit die tijd schat dat het leger met hertogen, graven, ridders en knechten meer dan 18.000 man telde. Niet alleen het onderdak, maar ook de nering van zo’n leger deed een enorm beroep op de bevolking in de omgeving 11
Op St. Jacobusdag, 25 Juli, brak Karel op en toog over Nuth, langs Kathagen, om de stad Neuss te gaan belegeren. In het volgend jaar, na de afstraffing van Neuss, keerde hij naar Maastricht terug en zijn volk logeerde op de dorpen, rondom de stad. Ook ditmaal werd Meerssen hard medegenomen.

Over het beleg van Neuss door Karel de Stoute schrijft Treckpoel dat ‘deze landen van Keulen, Gelre, Gulik, Aken en Maastricht’ ernstig werden getroffen door het oorlogsgeweld. Voor de plundering van de stad Luik door Karel de Stoute had hij geen goed woord over. Met ontzetting beschrijft hij de schending van kerken en kloosters, de moordpartijen en verkrachtingen. Verschillende mannen uit Valkenburg en omgeving hadden deelgenomen aan de slachtpartij en werden door Karel de Stoute tot ridder geslagen, onder wie de drost van Valkenburg, de heer van Neerharen, ‘inde noch voele andere gecken’.
Op St. Valentijnsdag 1487, zijnde den 14 Februari, kwam Robrecht van Arenberg met eene groote bende te paard en te voet, wel 1100 man sterk, naar Meerssen en plunderde de kerk en de proostdij. Toen de stroopers wegtrokken, namen zij wel 300 landlieden ter gijsseling mede. Deze vrijbuiters bleven in het land van Valkenburg liggen van ‘s woensdags tot zaterdag achtermiddag en brandden te Schimmert dertien huizen neder en overal, waar zij konden, de huizen der burgers van Maastricht, op wien zij erg verbeten waren, wel 12 of 13 in getal. Van Meerssen trok de heer van Arenberg naar den kant van Heerlen.

Ook los van alle bezettingen en oorlogen was het leven op het platteland niet gemakkelijk. Weliswaar waren veel boeren geen lijfeigenen meer, maar ze moesten nog steeds tienden en cijnzen afsaan aan de kerken en heren. Na een paar wat warmere eeuwen verslechterde het klimaat na 1430 (de kleine ijstijd). Een anonieme kroniekschrijver schreef erover. In 1435, was het zo koud dat de Rijn dichtvroor; mensen dobbelden en speelden triktrak (‘quackbreden’) op de rivier alsof er nooit water doorheen gestroomd had. In 1434 werden door een storm kerken, huizen, bomen en wijngaarden geruïneerd; in Maaseik viel een toren omver, en in Sint-Truiden stortte de kerk van de Franciscanen in. De winter van 1491 was zo streng was dat de Maas dichtvroor en men er met een wagen overheen kon rijden. Toen het ijs in februari 1492 begon te smelten, richtte het water veel schade aan, en werd de molen van Uikhoven, ten noorden van Maastricht, door het water meegesleurd.

Door de strenge winters waren er misoogsten, zoals in 1315, 1437, 1481 en 1492; mensen leden honger en werden sneller vatbaar voor ziektes en epidemieen. Het dorp Schinnen bijvoorbeeld werd getroffen door een uitbraak van de pest in 1634.
<< Lijders aan de builenpest
- Van den Bossche, Bart. (2022) De zaak Hasloa. Zoektocht naar een winterkamp van het grote leger. Uitgave van de sectie archeologie van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG).
- Silvertant, Jacquo. (2014) Valkenborgh. Geschiedenis en archeologie van de middeleeuwse vesting. Silvertant Erfgoedprojecten, Gulpen
- Schrever, Rudi (3 december 2019) De Slag bij Woeringen (1288) en de Limburgse Successieoorlog. Opehaald januari 2026 van Historiek.net
- Silvertant, noot 2, p 86
- Lijst van heren en drossaards van Valkenburg. (2024, maart 22). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald februari 2026 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Lijst_van_heren_en_drossaards_van_Valkenburg&oldid=67246254.
- De 9 belegeringen van Maastricht, opgehaald februari 2026 van https://maastrichtvestingstad.nl/ontdek/belegeringen/
- Beleg van Maastricht (1407-1408). (2025, december 31). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald februari 2026 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Beleg_van_Maastricht_(1407-1408)&oldid=70430380.
- Habets, M. (2008) Aanleiding tot het Beleg van Valkenburg 1465. In: Heuvelland Aktueel 29/10/2008
- Van de Venne, J.M. (1926) Het Beleg van Valkenburg door de Luikenaren in 1465, p 29
- Habets, J. (1869) Houthem-Sint-Gerlach en het adelijk vrouwenstift aldaar : eene bijdrage tot de geschiedenis van het voormalig land van Valkenberg. Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Duché de Limbourg, T. VI (1869), p 105
- Noordzij, A. (2015) Geschiedschrijving in de late middeleeuwen. In: Limburg. Een geschiedenis I. Oudheid en Middeleeuwen; Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG)