De heren van Valkenburg en Ravensbosch

Het domaniale bos van de heren van Valkenburg en Brabant

Vanaf het einde van de 11e eeuw ontfermden de heren van Valkenburg (feitelijk het huis Heinsberg) zich over de regio en zij beschouwden zich daarbij als de rechthebbende partij over de eertijds Karolingische woeste gronden in de omgeving. Daaronder het Ravensbosch met inbegrip van andere bospercelen op de noordflank van de Geul tussen Meerssen en Hulsberg.

Het Land van Valkenburg was een een zelfstandige heerlijkheid, later graafschap rond Valkenburg. Kern van het Land van Valkenburg vormt de gelijknamige burcht in Valkenburg. De eerste vermelding van Valkenburg is een schenkingsakte uit 1041 van keizer Hendrik lll aan Thibald van Fouron, de eerste Heer van Valkenburg (1041-1106). Wie waren verder heren van Valkenburg 1

Heren van Valkenburg
1316 zegel reinoud v valkenburg
  • 1106/18-1128: Gosewijn I, eerste heer van Valkenburg uit het geslacht Heinsberg
  • 1130-1168: Gosewijn II, zoon van Gosewijn I
  • 1170-1188: Gosewijn III, zoon van Gosewijn II
  • 1188-1212?: Gosewijn IV, zoon van Gosewijn III
  • 1212?-1228: Dirk I, (zijn zoon Engelbert was aartsbisschop van Keulen)
  • 1228-1268: Dirk II zijn dochter Beatrix was gehuwd met koning Richard van Cornwall
  • 1268-1302: Walram de Rosse, zoon van Dirk II
  • 1302-1305: Dirk III, zoon van Walram
  • 1305-1333: Reinoud, broer van Dirk III
  • 1334-1346: Dirk IV, zoon van Reinoud
  • 1346-1352: Jan van Valkenburg, zoon van Reinoud – kinderloos
  • Daarna wordt het goed aangekocht door de heren van Gelre en in 1381 door Wencesclaus van Brabant.

In het bericht over de Proosdij van Meerssen zagen we dat de Valkenburgse heren voortdurend bezig waren met de uitbreiding van hun rechten, bezittingen en hun grondgebied. Leden van de familie verwierven daartoe ook belangrijke kerkelijke posten of huwden met andere adelijke families. Valkenburg was deelgenoot van de verliezende coalitie in de slag bij Woeringen in 1288 (bericht Strijd om Ravensbosch I) over Limburg en verloor daardoor zijn zelfstandigheid. Walram de Rosse tekende op 16 oktober 1289 alsnog de vrede met de Hertog van Brabant die hem benoemde tot leenheer over Valkenburg Slag bij Woeringen 2.

Omvang van de Landen van Valkenburg rond 1350. Het grondgebied van de heren omvatte een 12 tal rijksheerlijke hoven en ruim 100 laathoven 3.

Uitsnede uit kaart Limburg 1350 – Hans Errens

scherm­afbeelding 2026 02 01 om 14.50.18

Het land van Valkenburg was dus een omvangrijk gebied met een veelheid aan domeinen.

Omvang van Ravensbosch

Het Ravensbosch bedekte de hoogte die tusschen Meerssen en Hulsberg het lange dorp van Houthem omzoomt. Een onderdeel van dit bos was het Proostbos (Ronde Bos) en het Nonnenbos (Kloosterbos). Aan de kant van Klimmen, lagen gronden, toebehorend aan de proostdij Meerssen, de Ravensbergh, die bij acte van 1212 aan Dirk I, heer van Valkenburg werden afgestaan, op voorwaarde dat hij jaarlijks op St. Remigiusdag (1 October) aan de Proostdij van Meerssen een sterling zou betalen. Dat de heren van Valkenburg aanspraak op Ravensbosch maakten blijkt ook uit een akte uit 1241 over de verkoop van de Vorbusde (later het Kloosterbosch) door Dirk II aan het klooster van Sint Gerlach. De akte werd getekend met een aantal leenmannen als getuige: Alard van Haasdal, ridder, Adam van Borgharen, ridder, en Gozewijn Dukere, ridder, en zij hebben medebezegeld.

1242 verkoop vorbusde aan klooster st.gerlach

In 1439 was Ravensbosch nog zeer uitgestrekt en besloeg een oppervlakte van ongeveer 300 bunders, bijna 250 hectare (anno 2025 is het nog ongeveer 80 hectare groot). Het bos viel in die tijd onder de zeggenschap van de hertogen van Brabant die het als rijksdomein beschouwden. Strikt genomen mocht er geen gebruik van worden gemaakt zonder hun toestemming. Zij lieten het bosoppervlak regelmatig opnieuw inmeten. Een eeuw later in 1530 was het nog steeds ongeveer 300 bunders groot 4.

1529 krt rb cartesius
Kaart van Ravensbosch in 1529 gemaakt in opdracht van de Rekenkamer van Hertogdom Brabant getekend door Glaude Meis – ontleend aan Cartesius
Ravensbosch als houtleverancier

Al in 1395 staat het er niet helemaal goed voor met de bossen, die zijn ‘ne point en coppe’. De drossaard, die vanaf 1380 het gezag voerde in het Land van Valkenburg namens de hertogen van Brabant, bewoonde het kasteel. Hij mocht zoveel hout uit het bos nemen als hij nodig had om te bakken en in de keuken te branden, zowel voor zich, als voor zijn dienstboden en slotwachters. De voogd en de rentmeester van dat land genoten datzelfde. Men kapte dagelijks brandhout voor de het kasteel zonder het hout te laten groeien. Het oudste hout werd niet ouder dan zeven jaar 5.

Dit gaat ook in de daaropvolgende decennia door. Dat er gratis gekapt werd was volgens de Rekenkamer niet correct: die vraagt in 1444 om een verklaring: ‘dit verclers en is niet gesedt in de voirgaende rekeningen. So zy behoirlic doen blyken die costume ende die waerheit daer af ende daer na dat in rekeninge verclert alsoit behoirt’. Onderdeel van de dienstbaarheden van de burgers behorend tot de banken van Meerssen, Beek en Klimmen was “dat sij dat holt vor des drossarts brant in den bosch halen, ende ook het timmerhout dat men behoeft aen de molens te verwerken”. Zij vervoerden ook hooi naar de schuur van de burcht en ‘dienen den heer anders as te doen is sonder gelt off guet te gheven’. De onderzaten van de bank van Geulle vervoerden staken uit het Ravensbos en mest naar de wijngaard. Verder hadden zij geen ‘corweyden’ (corveeien, karweien). Enzelfde karwei had de bank Geleen “Ende is keurweyde in den bank van Geleen, dat, die wagen ende peerd hebben, schuldig zijn te varen die wijngartsstekken van den bossche naar den wijngaert, soe vele als men daartoe vero hert” 6

Ook voor andere bouwwerken werd hout uit Ravensbosch gehaald. De brug van Cathagen over de Geleenbeek die na een vloed in 1531/32 was vernield, werd hersteld met hout “uit ’s heren bos“. In de rivier werden nieuwe palen geheid. In 1543/44 werden er eikenbomen gehakt om te vertimmeren aan de stallen e.d. van de burcht. Ook werd het nodige timmerhout uit het bosch gehaald voor de herstellingen aan het kasteel, de molens en sluizen.

041329737e7f72f224c3a2bde9cf3fa7

In 1525 werd door de Rekenkamer geconstateerd dat het bos “erg is uitgehouwen en door het vee vernield”. Blijkbaar werd er ook vee geweid in het bos. De rentmeester werd in 1553 bevolen in het bos geen beesten meer te laten weiden. Er was dat jaar niet geëikeld. Het eikelen gebeurde meestal ten bate van de rentmeester voor zijn moeite. Hij verantwoordde hier nooit iets voor.

De rentmeester van de Rekenkamer liet het bos in 1529 visiteren en opmeten omdat het tot nu toe zonder behoorlijke regel was gebruikt. Het werd van dan af geordineerd in drie ‘dellen’ [= delen]. In elk deel kon zes jaar worden gehouwen, telkens jaarlijks 18 1/3 bunder (15 ha). De drossaard kreeg het recht om jaarlijks 10 bunder te houwen, de voogd 1 ½ bunder, de rentmeester 1 bunder. Er bleef slechts 5 ½ en 1/3 bunder over om ten behoeve van de keizer aan derden te verkopen.

Aan vele personen werden ‘plekskes’ gegeven om klein hout uit te halen. De Rekenkamer wilde dat men delen van het bos verpachtte zoals in Brabant, maar dat was in Overmaas geen gewoonte, zo beweerde de rentmeester. Toch gebeurde dit wel op beperkte schaal, zo pachtten broers Sargien vanaf een stuk van Ravenbosch (het zogenoemde Sargien leen 7). Vanaf 1553 werd de houttoewijzing aan de drossaard vervangen door een jaarwedde. Wellicht omdat het bos inmiddels te weinig verkoopbaar hout opleverde.

Op een rekwest van het adellijk vrouwenstift St. Gerlach aan den Raad van Finantiën te Brussel in 1605 werd terughoudend gereageerd. De religieuzen verzochten om een vijftigtal eikenbomen uit het Ravensbosch, ten behoeve van het uitvoeren van de nodige betimmeringen aan hun klooster. De Raad zegde slechts 25 stuks toe. Johan Strabach mocht in 1632 enige eiken uit het bos halen na brand. En ook de Hertog van Bouillon kreeg in 1634 pas na enig aandringen toestemming brandhout uit het Ravensbosch te halen.

De opbrengsten van Ravensbosch

In 1546 beleenden de heren van Valkenburg bijna 4500 bunder land op een totaal van ongeveer 98000 in het Land van Valkenburg. Daarbij hadden ze inkomsten uit Ravensbosch 8.

Het hout uit Ravensbosch werd verkocht ten voordeele van de Rekenkamer van het land van Valkenburg die vanaf 1381 resideerde bij de hertogen van Brabant in Brussel. In 1399/1400 werd er 4 bunder hout verkocht die opbrengen 24 frank – 3 schellingen en 4 penningen. De rekenkamer hield de jaarlijkse opbrengsten nauwgezet bij. Die varieerden nogal. In sommige jaren werd nauwelijks iets verkocht (zoals 1539/1541), in de daaropvolgende vijf jaar gemiddeld 65 rijnsgulden.

mittelalter kleidung i 715363755

In 1571/72 steeg de opbrengst van het Ravensbos. Het hout voor de drossaard was afgeschaft en vervangen door een gelduitkering. Verder werden er percelen door gezworen landmeters ingemeten en vervolgens in kavels verdeeld en daarna een voor een bij opbod verkocht. In 1571/72 waren er zo 32 kavels, in totaal 18 bunder en 63 vierkante roeden.  Dit alles volgens een ordonnantie van de Rekenkamer die ook gold voor het land van Dalhem. De kavels waren ongeveer 2 morgen groot. Totale opbrengst van het bos in dit jaar f 920. Hiervan ging het houtgeld voor de drossaard tevens gouverneur (dit gebeurde in het boekjaar 1552/53) ad f 120. De voogd (Werner Hoen van Amstenrade) kreeg f 18 en de rentmeester f 12,-. De gemiddelde baten tussen 1571 en 1576 waren 588 carolusgulden.

1606 kaart limburg ortelius
Kaart van de regio in 1606 van Ortelius. Ravensbosch (Rauen bois) duidelijk zichtbaar in het midden

In de roerige tijden van de tachtigjarige oorlog kon er soms niets verkocht worden. In 1576/77 zaten de Spanjaarden in Maastricht en op het kasteel van Valkenburg. Ze lieten hout kappen uit het bos. In maart 1577 vertrokken ze. Tussen 1578 en 1582 was het beleg van Maastricht en kon geen hout worden verkocht. Ook in jaren na veroveringen over en weer tussen de Spanjaarden en de Nederlanden kon vaak geen hout worden verkocht vanwege represailles (retorsieen). Maar het Ravensbosch bleef een belangrijk domein om zeggenschap over te houden. De houtverkoop onderstreepte dat: “die van Maastricht verkochten een hoeveelheid ‘dan om te mainteneren Syne Majesteyts gerechticheyt ende behouden die possessie, heeft den rendant (voor f 248) vercocht’. Een paar jaar later was het bos ‘bedorven’: ‘Ende want syne Majesteits Ravensbosch t’eenenmael is bedorven ende allen die eicken affgecapt syn, soo datter egeen eyckegewasch en is’. In de jaren 1655-1660 werd weer hout verkocht voor f 2.370, maar in 1660 was nog niet een derde deel ervan ontvangen. Een groot aantal kopen werd gedaan door militairen van het Staatse leger die niets betaalden. Executies hiertegen waren niet mogelijk, want zij woonden in Maastricht of Valkenburg en daar had de rentmeester geen zeggenschap. Na jaren van gesteggel over het bos kwamen de Nederlanden en Spaanje in 1662 tot een akkoord erover. Daarover meer in een ander bericht.

De vorsters – forsters of boswachters

Uit het voorafgaande is duidelijk dat de heren van Valkenburg en de Brabantse rekenkamer groot belang hechtten aan Ravensbosch, niet alleen als bron van brand- en timmerhout voor de domeinheer, maar ook vanwege de inkomsten uit de houtverkoop. Daarom werd er toezicht gehouden op het domein door vorsters of boswachters. Ook lieten de heren varkens weiden in het bos. In 1525 hielden de ‘busschoeders’ toezicht op het bos. Zij kregen als loon 32 gulden Brabants voor twee personen. De boschouwers deden het kapwerk. Het gekapte hout werd verkocht als brandhout. Het kaploon bedroeg 24 Brabantse stuiver per bunder. De boswerkers hadden recht op brandhout voor eigen gebruik. Een kleine eeuw later (1613) werden in de rekeningen betalingen opgenomen voor drie aangestelde vorsters. Die ontvingen een dagwedde van vier stuivers.

Het boswachterschap was een gewilde positie. Dit blijkt onder meer uit een rekwest van ene Frans Caldenborch van 21 Februari 1622 aan de Rekenkamer van Brabant om aangesteld te mogen worden tot vorster of boschwachter van Ravensbosch ter vervanging van zijn vader Mathys, die dat ambt ruim 10 jaar trouw en eerlijk vervuld had en de voorgaande Februari overleden was.

brief caldenborch vorsterambt
Verzoekschrift Frans Caldenborg aan de Rekenkamer om het vorsterambt in 1622

In 1646 waren naast Frans Caldenborch als boswachters aangesteld: Jan Widdershoven en Jan Frissen. De boswachters werden beedigd en waren uiteraard verplicht de bevelen van de drossaard op te volgen. Deden zij dat niet dan kon dat bestraft worden. Zo werd in 1654 de boswachter van het domaniale Ravensbosch Stassen gedwongen zijn paard te verkopen omdat hij het bevel van de drossaard niet opvolgde.

Ook na de verdeling van Ravensbosch tussen de Nederlanden en Spanje in 1662 bleven er boswachters dit waren o.m. Matthiijs Knubben (1628), Jan Habets (1633), Jan Crombach (1720), Lodewijk Koch (1757), Jan Lambrecht (1761) en in 1765 Peter Camps.

Vissen in Ravensbosch

Een verassende ontdekking in de stukken van de rekenkamer is de vermelding van het bestaan van enkele visvijvers in Ravensbosch 9. Eind 14e eeuw (1396-1400) wordt hiervan verschillende keren gewag gemaakt. Het ging niet altijd goed met de viskweek. In 1397 werden 375 jonge karpers aangekocht voor de vijvers in het Ravensbos. De dijken erlangs werden gestopt met takkenbossen en de ‘conduits’ (waterlopen stroomafwaarts) worden schoongemaakt. Deze waren helemaal dichtgeslibd met aarde en stenen die van de heuvels waren afgekomen. De grote vijver bracht een jaar later nog niets op. Twee jaar later werd de kleine vijver in het bos met de Vasten leeggevist. De vangst bestond uit 83 karpertjes, te weinig om te verkopen. De visjes werden overgezet in de grote vijver. De kleine vijver was waardeloos en werd niet opnieuw bevolkt. Ook werden nog 200 kleine karpers aangekocht voor de grote vijver. In 1400 werd de grote vijver leeggevist, bracht 150 karpers op die verkocht werden aan Tijs van Heerlen voor 9 frank. De andere vijvers liggen droog.

adriaen collaert drie karpers op een oevervissen (series title)piscivm vivae icones (series title (meisterdrucke 1374831)
Adriaen Collaert – Drie karpers op een oever

In de daaropvolgende decennia blijven de vijvers bestaan. In 1439/40 lagen de vijvers weer droog dus zonder opbrengst. De Rekenkamer vond op dat zij van geen waarde waren. De vijvers die droog lagen werden gebruikt als weide door de kastelein voor zijn ‘bestes de garnison’. Een eeuw later is de toestand hetzelfde: De grote vijver is helemaal verland. Het hooi is voor de drossaard. “Het kleine wyerken ligt in het bos. Het is begroeid met bomen, derhalve levert het niets op. De andere kleine wyer ligt in de bossen en is ook woest”. Het zal tot in de 18e eeuw duren voordat er rond Ravensbos weer met succes vis wordt gehouden.

  1. Corsten, Severin, ‘Die Herren von Valkenburg (ca. 1000 – 1364)’, in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg, 120(1984), 162-200.
  2. (2025, augustus 6). Wikipedia, de vrije encyclopedie. Opgehaald februari 2026 van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Slag_bij_Woeringen&oldid=69708852.
  3. A.C.M. Kapelhof. (2019) Lenen van de heerlijkheid van Valkenburg. Opgehaald januari 2026 academia.edu
  4. Gegevens over Ravensbos ontleend aan: Kappelhof, A.C.M. Het domein van de heren van Valkenburg. Aantekeningen uit de domeinrekeningen 1395 – 1663 berustend in het archief van de Brabantse Rekenkamer in het Algemeen Rijksarchief in Brussel. Notities uit 1975-1976. Download van Academia.edu
  5. Informatie ontleend aan: Kappelhof, A.C.M. Het domein van de heren van Valkenburg. Aantekeningen uit de domeinrekeningen 1395 – 1663 berustend in het archief van de Brabantse Rekenkamer in het Algemeen Rijksarchief in Brussel. Notities uit 1975-1976. Download van Academia.edu
  6. Vromen, W. J. Wijnbouw in oud Zuid-Limburg. In: Het Land van Herle, 22 (1972) 1, p 3
  7. Habets, J. 1885, De leenen van Valkenburg. Publications Limbourg de la Société historique et archéologique dans le duché de Limbourg, Tome 22, p 30
  8. Kapelhof, noot 5, t.a.p.
  9. Kapelhof, noot 5, t.a.p.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven